zondag 21 september 2014

Donar en Cunera op landgoed Schothorst

Op landgoed Schothorst is een uniek project dat regelmatig wordt bezocht door Vikingen van heinde en verre. Beter is te zeggen dat verschillende groeperingen uit de tijd van de Vikingen vredelievend bij elkaar komen om te handelen, te eten, te slapen, te vechten en te leren van elkaar. Zo waren er Friezen, Saxen en Franken die de toeschouwer een kijkje in hun leven gaven zoals het er zo’n 1500 jaar geleden uitzag. Het project van Het Centrum voor Natuur en Milieu Educatie (CNME) bestaat uit o.a. uit een middeleeuws erf. Er is een vroegmiddeleeuwse boerderij (8e-9e eeuw) herbouwd met de technieken uit die tijd. Het gebouw is gebaseerd op sporen uit een opgraving in Dorestad (Wijk bij Duurstede).  Op de bijbehorende akkers en moestuin worden gewassen verbouwd die in die tijd voorkwamen. Een paar keer per jaar is er een levende historie weekend, zo ook het weekend waarin ik het landgoed bezocht.

Sibbe Wironii was ook aanwezig.
Zij hebben mij geholpen met research en zijn de gezichten op de cover van mijn boek “Cunera en de macht van de sleutel”. Een leukere plek om mijn boek aan de leider te overhandigen kon ik niet bedenken. We stonden gezellig onder een luifel bij het kampvuur toen een fikse onweersbui over ons heen schoof. Er leek geen tijd tussen de bliksem en de opvolgende donder te zitten. De donder rolde laag, traag en luidkeels over onze hoofden. Bang van onweer ben ik niet, maar dit was heftig.

Verbaasd was ik dan ook toen de mannen van Wironii vrolijk naar de lucht keken en elkaar bevestigden dat het een goede donder was. Echt vreemd is het toch ook weer niet, want in die tijd aanbaden de mensen de donder, onze vijfde dag van de week is naar de Germaanse god, Donar, genoemd. In de Romeinse tijd werd hij vereerd als onweersgod en beschermer van de mensen. Ondanks zijn beschermende functie was ik blij toen Donar het landgoed weer net zo snel verliet als hij gekomen was.


Liever een sfeervol filmpje https://www.youtube.com/watch?v=0cSKJeTEObs

zondag 14 september 2014

Vaste en vloeibare vormen, over secreten, gemakjes en kotsgoten.


Wat een uitzicht! 
In het dal van de plaats Hoensbroek ligt een kasteel waar nog steeds de machtige status van afstraalt. Meerdere torens pronken boven het dal uit. Dichterbij gekomen zie ik een gracht die het voorhof en het kasteel van elkaar scheidt. Ik kan me makkelijk voorstellen dat het goed te verdedigen was in de middeleeuwen. Die functie is ook terug te vinden in de schietgaten en de meters dikke toren uit ong.
1360.












Daar vind je onderin de gevangenis die net zo rond is als de toren, maar van binnen veel kleiner dan de buitenkant suggereert. De muren zijn namelijk 3 meter dik, van buiten zie je dat niet maar als gevangene in die toren wel. Je kon het zelf uitproberen, als je op de knop drukte ging het licht langzaam uit zodat je ogen konden wennen aan het kleine beetje licht dat door dat ene gat in de muur naar binnenkwam. Dan kon je zien dat je gekluisterd zat in het midden van de cel, maar de talloze spinnen die bedrijvig een web aan het spinnen waren langs de grote bakstenen, kon je niet zien. Het was er niet alleen donker, maar ook koud en vochtig. Een plek om je behoefte te doen was er niet ondanks dat het kasteel bekend staat om zijn vele gemakken.

Hoensbroek beschikt over een uitzonderlijk groot aantal van deze gemakken, namelijk 12 vaste, waarvan 1 openbare midden in een gang en andere wat discreter in een kamer. De toiletgang en hygiëne was heel anders dan nu. In een teruggevonden geschrift heeft de schrijver het wat mij betreft preuts voor die tijd, over het secreet voor vloeibare en vaste vormen terwijl het de gewoonste zaak van de wereld was om deze vormen op de trap of in de gang achter te laten of zelfs in de hoek van de kamer waar je op dat moment was. Van handen wassen hadden ze nog nooit gehoord. Uiteindelijk deed de hygiëne toch zijn intrede en werd het wassen van het lichaam uitgebreid naar maar liefst wel 4x per jaar. De gedachte dat je ziek of zelfs zwanger kon worden van het reinigen van je lichaam raakte door de eeuwen heen gelukkig in de vergetelheid.
Naast de vaste gemakken waren er ook verplaatsbare, zoals die op een stoel. Dat er ook aan kinderen werd gedacht blijkt uit de kleine kakstoel.
Er moet behoorlijk gebruik zijn gemaakt van deze plaatsen, er werd flink gegeten dat bewijst een vertrek waar in de overgang van de muur naar de vloer een speciaal gat zit, de kotsgoot, daar kon je je overtollige eten in kwijt als je vol zat om daarna weer vrolijk verder te kunnen tafelen.

Kasteel Hoensbroek was met zijn metersdikke toren, die nu tot het oudste onderdeel van het kasteel behoort, vrijwel onneembaar. Er is geen bewijs gevonden dat er ooit strijd is geleverd. Misschien was het uiterlijk al genoeg om je strijdlustige gedachten te beteugelen. 
De eerste heer was ridder Herman II van Hoenbroeck. Hij werd vanwege zijn hulp in de strijd tegen Gulik en Gelre in 1388 door hertogin Johanna van Brabant beloond met de heerlijkheid Gebroek (moeras) Bijna 6 eeuwen was het kasteel het stamslot van de ridders Hoen van den Broeck.

Kastelen zijn voer voor fantasie, de geheime kamer in kasteel Hoensbroek draagt daar een steentje aan bij. Wie heeft hem gebruikt en waarom, wie wilde wie beschermen? Ik zat er over te fantaseren terwijl ik op het binnenplein genoot van een bak koffie met Limburgse vlaai en kon haast de hoeven van de paarden, met daarop speurende ridders, op de keien van het plein horen klepperen.

Kasteel Hoensbroek maakt samen met het Thermenmuseum in Heerlen en Rijckheyt, centrum voor regionale geschiedenis, onderdeel uit van Historisch Goud. Een enthousiaste medewerker wees me op de mogelijkheid om ook het Thermenmuseum te bezoeken en moest zich inhouden om me niet al een uitgebreide inleiding te geven, hij werkt in beide musea en weet duidelijk de bezoeker te inspireren. Voor mijn bezoek aan het Thermenmuseum zie hier In de voetsporen van de romeinen
Voor een bezoek aan kasteel Hoensbroek http://www.kasteelhoensbroek.nl/


donderdag 4 september 2014

Kijken of meedoen?

Wat wil je halen en wat wil je brengen, interessant om je dat af te vragen.
Met maar liefst 700 re-enactors over twee naast elkaar liggende parken verdeeld zou je denken dat er veel info te halen is. Wanneer wordt het geschiedenisles, oftewel saai en wanneer wordt het beleving. De re-enactors gaan duidelijk voor het laatste. Ze smeden, bewerken hout, weven, spinnen, vilten, vechten en koken zoals men dat in de middeleeuwen deed. Je mocht helpen met de blaasbalg van de smid om de luchttoevoer te garanderen of een workshop vuurspuwen volgen, want ook in die tijd deden ze aan vermaak net als aan de bordspellen waarbij je kon aanschuiven. Zo viel er heel wat te voelen, proeven en ruiken op het Gebroeders van Limburg Festival, zou ik denken.
Toch onderschepte mijn oor een discussie hierover en wel van een re-enactor. Hij wilde de mensen meer te woord kunnen staan dan dat hij nu deed. Mijn opmerking dat er voor de liefhebber  veel te halen valt, stelde hem niet gerust.
Op zondag was er traditiegetrouw een Blijde Incomste zoals dat in de Middeleeuwen ook ging. Toevallig was het ook koopzondag. De mensen die voor een koopje naar de stad kwamen, moeten raad opgekeken hebben toen er ineens adel te paard aankwam. Samen met schepenen, pestlijders, wezen, handelaren, vuurspuwers, flagelanten, muzikanten, lichtekooien, boeren, burgers en buitenlui was het een flink gezelschap onder leiding van Keizer Karel de Grote en Katharina van Kleef. Aan het eind van de optocht roerde de draak van Gelre zijn staart en verblijde het publiek met vuur.
Vorig jaar stond ik ook te genieten van de intocht.
Nu liep ik mee aan de hand van een man die voor een uur mijn middeleeuwse echtgenoot was.
Aan de ene kant had ik het gevoel iets te missen nu ik zelf niks van de optocht kon zien, aan de andere kant voelde het heel bijzonder om mee te lopen en te zien hoe het publiek ondanks de plensbui rijendik bleef staan. Het gebroeders van Limburg Festival 2014 was een groot succes!

Wat zal ik volgend jaar doen, 
ouderwets toeschouwer zijn 
of meedoen?


zondag 31 augustus 2014

Agenda sept-okt-nov.


Oktober Maand van de geschiedenis met op 1 oktober een openingsfeest op Huis Doorn en op 18 okt nacht van de geschiedenis in het Rijksmuseum
 http://www.maandvandegeschiedenis.nl/41515/nl/programma-oktober-2014

Levende geschiedenis Festival  27 en 28 september
 http://www.levendegeschiedenis.com/

Gallo Romeins museum Tongeren BE  Vikingen van 18okt t/m 15 maart 2015
 http://www.galloromeinsmuseum.be/tijdelijke-tentoonstellingen/toekomstige-tentoonstellingen

Limburgs Museum Dino Experience t/m 26 oktober 2014
 http://www.limburgsmuseum.nl/zien_en_doen/wisseltentoonstellingen/dinoexperience/

Open monumentendag 13&14 september
 http://www.openmonumentendag.nl/bezoeken/nieuws/open-monumentendag-2014/

Gallo Romeins museum Tongeren


zondag 24 augustus 2014

Romeins 3 gangen diner

Ingrediënten waar je niet onder uit komt.

I Garum – Romeinse vissaus
Fermenteren in de zon, ja het is zo smerig als het klinkt, of vislucht in je huis.
Ik koos voor het laatste. In de eerste plaats omdat ons klimaat te mild is en in de tweede plaats omdat een reisje Italië voor een liter vissaus een beetje te veel van het goede is. Dat is het lastige van historische recepten, hoe authentiek kan je een product maken. In de Romeinse tijd was zout kostbaar, de Romeinen kregen zelfs een periode hun salaris in zout uitbetaald. We herkennen er nu nog het woord salt-zout in. De noodzaak om zoute vis te fermenteren is er niet meer, zout is nu goedkoop en makkelijk te verkrijgen. Garum werd ook in de vroege middeleeuwen gebruikt en komt daarom ook voor in mijn boek ‘Cunera en de macht van de sleutel’. Citaat: Verlekkerd zitten ze te kijken hoe de garum in schenkschaaltjes naast de vleesschotels wordt gezet.
De Romeinen deden het werkelijk overal in van hartig tot en met zoete gerechten. Door het zout is het lang houdbaar. 1-4 eetlepels geeft al voldoende smaak aan een recept.

II Asafoetida - duivelsdrek
Een kruid waarvan ik me afvroeg of ik er makkelijk aan kon komen. Het viel me alles mee. Een winkel in de stad met een uitgebreid assortiment aan kruiden, bood uitkomst. Alhoewel ik wel een paar dagen moest wachten want het was uiteraard net op maar wel besteld. Ondertussen vroeg ik me af hoe het zou ruiken en smaken. Het recept dat ik wilde maken gaf in de uitleg aan dat je het kruid kon vervangen door ui en knoflook, zou dat iets verklappen?
De officiële naam luidt Ferula assa foetida wat ‘hars met een sterke geur’ betekent. Ik voelde me gewaarschuwd en toen ik bij de kruidenbalie stond en een jong meisje het kruidenpoeder in een zakje schepte begreep ik waarom het duivelsdrek (poep van de duivel)heet. Ergens herken ik er inderdaad knoflook in, maar het is erger dan dat. Kon iets wat zo ontzettend stonk lekker smaken?

III Om in de sfeer te komen is muziek een mooi middel,
 maar bestaat er zoiets als Romeinse muziek? Hoe klonk dat dan? Daar ga ik me een andere keer over buigen. Voor deze maaltijd koos ik voor wat makkelijks. Muzikant Jules Bitter liet zich inspireren door de Zeeuwse godin Nehalennia.Luister hier
Zij was een inheemse beschermgodin die in de 2e en 3e eeuw vooral door zeelui werd vereerd bij de monding van de Schelde. Nehalennia is alleen bekend van de grote hoeveelheden gevonden altaren bij Colijnsplaat en Domburg in wat nu Zeeland is. Daarom wordt zij de Zeeuwse godin genoemd.
Houd je van wat stevigers? Heidevolk liet zich ook inspireren door deze mythische vrouw.luister en kijk hier.



zondag 17 augustus 2014

De Gouden Middeleeuwen waren er eerder dan je denkt

De Gouden Middeleeuwen waren er eerder dan je denkt. Dat laat het RMO zien in de tentoonstelling Gouden Middeleeuwen, Nederland in de Merovingische wereld, 400-700 na Chr.
Met deze tentoonstelling maken ze korte metten met het idee van de duistere middeleeuwen, alsof het neerstorten van het Romeinse Rijk verval voor west Europa betekende. Het is een overgangsperiode naar de vroege middeleeuwen, die geassocieerd wordt met volksverhuizingen en armoede. Na het bezoeken van de tentoonstelling weet je wel beter.

Wist je dat:
-de mensen in die periode gezonder waren dan daarvoor en daarna.
-het handelsnetwerk helemaal tot aan India liep waar de granaten vandaan kwamen die gebruikt werden in sieraden.
-er toen al kunsttanden werden gebruikt, tijdens een opgraving werd er een kunsttand van barnsteen gevonden.
-er naast paardengraven ook hondengraven zijn teruggevonden uit die tijd. Paarden en jacht- en waakhonden namen blijkbaar een belangrijke plek in. 
Hondengraf














-deze periode gekenmerkt wordt door sierlijk glas van hoge kwaliteit. Een filmpje laat zien hoe dat glas gemaakt werd. (foto glas)
-het Merovingisch koningshuis zijn naam ontleent aan Merovech. Hij wordt gezien als de eerste koning. Over zijn ontstaansgeschiedenis gaan mythologische verhalen de ronde. Zo zou hij verwekt zijn toen zijn moeder tijdens het baden een zeemonster tegenkwam. Zo werd het latere koningshuis ondergedompeld in mythes. De koningen die kracht ontleenden aan hun lange haren. Ze zouden zelfs afstammelingen van Jezus en Maria Magdalena zijn. Helaas zijn er over dit koningshuis weinig tot geen geschreven bronnen. Over het leven in de Merovingische tijd weten we steeds meer door opgravingen in west Europa. Zo werden er in koningsgraven afbeeldingen van de honingbij gevonden. Zij waren het Koninklijke embleem van de Merovingers en hadden de betekenis van onsterfelijkheid en wederopstanding.

De tentoonstelling geeft een goed overzicht van het leven in die tijd en maakt een verbinding tussen de Merovingische wereld en dat daarbuiten en duurt tot en met 26/10/2014 http://www.rmo.nl/




woensdag 13 augustus 2014

De Spiegel Der Zielen

Geschreven voor de Calami Literatuurwedstrijd 2 en 
uitgegeven in de wedstrijdbundel 'Karma, Always look back'
Vaak heeft muziek voor mij een ondersteunde functie 
bij het schrijven. Zo ook bij dit verhaal. 
Le serpent rouge van Arcana bracht me in de sfeer 
om het mythologische verhaal te schrijven dat al lang 
in mijn gedachten ronddwaalde.


De spiegel der zielen

De geest van Ma’at zwierf rusteloos door de droge dorre woestijn. De zon brandde venijnig en deed hard zijn best om haar vleugels te verschroeien. Kleine slagen van haar sierlijke vleugels hielden haar in beweging zonder al te veel veerkracht op te offeren. Ze was zoekende, met haar blik spiedend op de nietige aarde gericht.
De oneindige woestijn maakte plaats voor een enkele woning die je zo over het hoofd had kunnen zien. Maar de witte stenen muren weerkaatsten het felle zonlicht als een baken in dit door de mens verlaten land.
Nieuwsgierig maakte de geest van Ma’at een duikvlucht alsof zij een roofvogel was. Voor haar reikwijdte bestonden geen grenzen, stenen muren deden er niet toe.
Zandkorrels stoven op toen zij in het huis nederdaalde. De kleine woning had niet veel te verbergen voor haar. Er waren geen openingen in de muren, zodat het licht buiten gehouden werd. In de enige kamer die het bezat, waren alleen een brandend vuur, een zilveren spiegel, een aardewerken schaal met geurige hars erin en een stapel lauriertakken. Het vuur gaf een aangename oranje gloed. Ja, dit was het onderkomen dat ze zocht.
Nu ze met beide voeten op de dorre aarde was, legde ze haar vleugels af. Zonder vleugels stond er een gedaante van een vrouw. Ze ontstak de hars met het vuur en plaatste het terug in de schaal. Geurige rook steeg op.

Zij die Ma’at heet, had een rode lange jurk aan en een rood lint om haar voorhoofd gestrikt, met in het midden een struisvogelveer die fier naar boven wees.
Een verdwaalde struisvogelveer dwarrelde naast haar op de lemen grond. Ma’at nam plaats naast de spiegel. Zittend op de grond pakte ze de gevallen struisvogelveer en streek er liefdevol mee over de gladde spiegel, wachtende op de komst van haar bezoeker. Als vanzelf ontstonden op het glimmende oppervlak de letters van haar onuitgesproken naam.
In afwachting van haar bezoeker ging ze op in de tijd die toen alleen maar uit licht en donker bestond, wat verleden, heden en toekomst mogelijk maakte.
Op een dag kwam er een dappere bezoeker die een blik in de spiegel der zielen wilde werpen.
Ma’at keek de krachtige jongeling aan, op zijn rechterschouder zat een zwarte raaf die alert om zich heen keek en in zijn andere hand droeg hij een citer. Het was Phoibos, de bezoeker waar ze in de stilte van dit verlaten oord op had gewacht.
‘Ik wil een blik in de spiegel werpen,’ zei Phoibos moedig.
Ik nodigde hem uit om naast mij op de koele, lemen grond plaats te nemen.
‘De spiegel heeft drie lagen,’ legde ik hem uit. ‘Afhankelijk van hoe diep je kijkt, bereik je de andere lagen. De eerste laag is je heden, de tweede laag je verleden en de derde laag je toekomst.’
Met mijn veer streek ik over de spiegel om mijn onuitgesproken naam te wissen van de geslepen vlakte. ‘Kijk maar,’ moedigde ik hem aan toen ik klaar was.
De jongeling boog zich naar voren zodat zijn goudkleurig krullende lokken boven de spiegel hingen.
‘Wat zie je?’ vroeg ik hem.
‘Ik zie mezelf, zoals ik nu boven de spiegel gebogen ben,’ antwoordde Phoibos. Een gouden gloed werd door de spiegel weerkaatst, op een zwarte vlek na, dat was de kraai die zich stevig aan zijn schouder vasthield.
Ik knikte, ‘dat klopt, je ziet het heden. Wat zie je nog meer?’
‘Ik zie huiveringwekkende beelden.’ Zijn stem haperde. Hij was bij de volgende laag aangekomen. Zijn pupillen werden groot en donker, hij voelde weer even de waanzin die toen bezit van hem had genomen. Daarna voelde hij een beklemming die het leven uit hem wilde knijpen, want wat hij zag beschaamde hem. Snel keek hij van de spiegel weg en sloeg zijn ogen neer, zodat zijn helderblauwe ogen niet de gruwelen in de spiegel konden zien.
Ik zag zijn afgekeerde houding en in zijn ogen lag een verwilderde, ontaarde blik.
‘Wat zie je?’ vroeg ik hem.
Zijn blauwe ogen keken mij troebel aan en zijn lippen zetten zich in beweging om de woorden zachtjes deze dorre wereld in te fluisteren.
‘Ik zag mezelf ontaard, meegaand in mijn hartstocht.’ Zijn gezicht stond droevig en zijn wangen waren rood van schaamte. Met zijn schouders naar voren gebogen en zijn gezicht naar beneden gericht, leek het alsof hij er niet was.
‘Zonde bestaat niet, dus kunnen er geen zondaars en zondaressen zijn,’ moedigde ik hem aan verder te vertellen.
Phoibos keerde zich weer naar de spiegel en wierp er nogmaals een blik in. Zijn stem klonk aarzelend toen hij begon te vertellen. ‘Het was op een bewolkte dag toen de aanval ingezet werd. De man kreeg mijn lieve zuster te pakken, hij onteerde, verminkte en doodde haar.’
Een snik welde op in zijn keel, maar hij liet zich niet door zijn emoties tegenhouden. ‘Er brak iets in mij, toen ik het hoorde. Ik gooide mijn citer opzij en rende zo snel mijn voeten me konden dragen door de stoffige straten naar het huis van de man. In de achterste kamer vond ik wat ik zocht, zijn zussen. Het waren er zeven.’ Zijn stem stokte in zijn keel, weer voelde hij de beklemming die het leven uit hem wilde knijpen. Maar hij kon er niet meer omheen, hij moest de gebeurtenis uit zijn verleden onder ogen komen opdat hij zou zien.
‘Toen ik het huis van de man, die mijn zuster vermoordde verliet, waren zijn zusters niet meer in leven,’ fluisterde hij.
‘En toch bestaat zonde wel,’ zei ik terwijl zijn ogen nog steeds door mysterieuze magnetisme naar de spiegel getrokken bleven.
‘Als je een scheiding aanbrengt tussen je binnen en je buitenkant pleeg je verraad, je verraadt jezelf,’ legde ik hem uit.
‘Wat zie je nog meer?’ vroeg ik hem en nodigde hem uit nog verder in de spiegel te kijken.
Toen Phoibos nog verder durfde te kijken, zag hij zijn toekomst. Hij zag het gevolg van de keuze die hij, op die ene dag in zijn leven, had gemaakt. Weer waren de beelden afschrikwekkend, de dood van vrouwen zou als een rode draad door zijn leven lopen. Oog om oog, tand om tand, van generatie op generatie.
Hij sloeg zijn handen voor zijn ogen. Met een schreeuw schrok de zwarte kraai op, spreidde zijn vleugels, vloog op en belandde midden op de spiegel.
Hoe kon hij verder leven met deze vernietigende toekomst? Er aan ontsnappen kon hij niet. Zouden de gevolgen van zijn daad ooit eindigen? Langzaam liet hij zijn handen van zijn wangen afglijden en keek mij aan.
‘Hoe komt het dat je tegenstrijdig bent over het bestaan van zondaars?’ vroeg hij.
‘Wat is goed of kwaad?’ kaatste ik een vraag terug. ‘Het gaat om ervaren niet om oordelen.’
‘De ervaring maakt van mij een verrader van mijn nageslacht. Mijn gemoed is somber, mijn hart is vol smart en het kloppen ervan is onrustig en pijnlijk.’
‘Ik kan je helpen je ervaring te omarmen zodat je je verleden en je toekomst los kan laten,’ stelde ik voor. Ik zag de wanhoop langzaam uit zijn gezicht verdwijnen.
Alsof de raaf de roep hoorde, steeg hij op van de spiegel en landde op de schouder van Phoibos, de plek waar hij thuishoorde om te nestelen in de goudkleurige lokken van de jongeling.
‘Ik zal je zeven opdrachten geven, waarmee je de ervaring onder ogen durft te komen,’ stelde ik voor.
Phoibos keek me vol hoop aan.
‘Laat de bijen honing voor je bijeen brengen,’ zei ik.
Phoibos liep naar de deur en hield hem open, staarde in de verlaten woestijn en liet fluisterend zijn woorden met de woestijnbries mee gaan. Niet veel later kwam het eerste zwartgeel gestreepte wezentje zoemend aanvliegen, met achter zich een donkere zoemende wolk. De bijen bleven om zijn goudkleurige lokken heen zoemen. Ze lieten boven zijn geopende mond, elk de honing van hun behaarde pootjes af glijden. Zo werd Phoibos gevoed met het goddelijke nectar.
‘Jaag met de wolven op een hinde,’ zei ik.
Phoibos wachtte niet langer en liep naar buiten.
Al snel hoorde ik het ijzingwekkende gehuil van wolven bij volle maan, klaar voor een genadeloze jacht. Als ik naar buiten was gegaan had ik een wolf gezien die totaal niet bij de roedel paste, hij was goudkleurig van vacht. Het geluid van de wolven stierf mee met het doden van de hinde.
En Phoibos bracht de dode hinde mee naar de woning.
‘Blaas haar opnieuw leven in,’ zei ik.
Een warme ademtocht doordrongen met de geur van goddelijke nectar bereikte het hart van de hinde die weer tot leven kwam. De ogen van de hinde gingen open. Ze keek de jongeling die haar moordenaar en redder was zonder oordeel aan.
‘Maak een pijl en boog voor jezelf, maar jaag er niet mee,’ zei ik.
Phoibos pakte een aantal lauriertakken en vormde er een pijl en boog van. Hij was niet krachtig genoeg om er mee te jagen.
‘Leg je lichaam te ruste op de lemen grond, slaap de slaap der onwetenden. Ga terug naar het beslissende moment waarop je je hartstocht niet kon beheersen en creëer een nieuwe keuze,’ zei ik.
Phoibos ging liggen op de grond, sloot zijn vermoeide ogen en schiep zo zijn toekomst.
Na een slaap vol dromen werd hij weer wakker.
‘Reinig je met laurier,’ zei ik en reikte hem een paar takken laurier aan.
Phoibos pakte ze aan en hield ze in de rook van de hars. Hij sloot zijn ogen en haalde diep adem om vervolgens met de lauriertakken om zich heen te zwaaien. De rook van de hars volgde als een wervelwind de lauriertakken en reinigde de levensadem van de jongeling.
’Speel op je citer en breng de hartstocht tot kalmte om zo de ontwikkeling van lichaam en geest te harmoniseren,’ zei ik. ‘Want niet je buitenkant, maar je eigen ervaring, je menswording is belangrijk.’
Phoibos pakte zijn citer en sloeg de eerste snaren aan. De liefelijke klanken brachten zijn smart en onrust tot bedaren en gaven verademing aan zijn benarde gemoed. De strijd tegen de hartstocht was gestreden.

Inmiddels was het heden alweer verleden geworden en Phoibos wilde een nieuwe blik in de spiegel werpen. Ik nodigde hem uit om voor een laatste maal in de spiegel te kijken.
‘Wat zie je?’ vroeg ik hem.
‘Ik zie mijn zuster zoals ze was, vrolijk en onbevangen.’ Een glimlach vol liefelijke herinneringen lag op zijn gezicht.
‘Wat zie je nog meer?’ zei ik.
Phoibos keek verder in de spiegel, ‘ik zie mijn kinderen en kleinkinderen, mijn nageslacht.’
Hij heeft de ervaring omarmd en zo het oordeel losgelaten, zodat hij voortaan een heldere blik op de spiegel van zijn ziel kan werpen.
‘De spiegel van de ziel moet onderhouden worden met een heldere blik, liefde en doorgronding. Ik waarschuw je voor de illusie van emoties die de gladheid van de spiegel verruwen, bekrassen en bevuilen. Laat de liefde voor jezelf je niet bedwelmen,’ gaf ik hem mee.
Phoibos liep de deur uit zoals hij ook was gekomen, met een citer in zijn hand en een zwarte raaf op zijn schouder. Als een goudkleurig stipje gleed hij uit mijn beeld.

Ma’at nam haar vleugels en steeg op. Haar reikwijdte was oneindig. Met een tot rust gekomen geest vloog ze weer door de dorre woestijn en ging op in de tijd die toen alleen maar uit licht en donker bestond, wat verleden, heden en toekomst mogelijk maakte.

© Gerti de Koeijer